Rijopleiding in stappen (RIS)

Neem eens een kijkje bij de RIS animaties.

Wat is de RIS?

De rijopleiding in stappen (RIS) is een gestructureerde methode waarbij je rijopleiding wordt opgedeeld in 4 modules. Binnen elke module doorloop je diverse onderdelen, deze onderdelen noemen we scripts.

De diverse scripts worden middels deelhandelingen aangeleerd, zodat je gemakkelijker de verschillende onderdelen leert beheersen. In totaal doorloop je 46 stappen (scripts), welke verdeeld zijn over de vier modules. Elke module wordt aan het eind getoetst om te zien of je alles goed beheerst.

De 4 modules van de RIS

Tijdens je rijopleiding doorloop je de volgende modules:

  • Module 1: Voertuigbediening en voertuigbeheersing
  • Module 2: Eenvoudige verkeerssituaties
  • Module 3: Complexe verkeerssituaties
  • Module 4: Veilig en verantwoord rijden

De toetsen van module 1 en 2 worden afgenomen door je eigen instructeur.

De moduletoetsen 3 en 4 worden afgenomen door een examinator van het CBR. De afsluitende toets van module 3 noemen we vaak de TTT. De laatste toets (module 4) is eigenlijk je praktijkexamen.

De RIS in de praktijk

De rijlessen bij de RIS opleiding zijn anders t.o.v. een reguliere (niet RIS) rijles. Dat komt omdat je bij de RIS een praktijkboek gebruikt waar de diverse scripts in staan. Ook wordt er in de RIS opleiding gebruik gemaakt van een vorderingenkaart, waardoor je overzichtelijk ziet hoe je ervoor staat. De RIS methode maakt gebruik van huiswerk, waardoor jij je rijles thuis kunt voorbereiden.

Wij hebben alle scripts, bijbehorende filmpjes en/of animaties verwerkt in PlanGo. Jij kunt dan via de app ook in de trein of bus je lesvoorbereiding doen.

Het praktijkexamen

Anders dan bij een reguliere rijopleiding, heb je bij de RIS drie deeltoetsen voordat je opgaat voor het praktijkexamen. Je weet na elke toets precies waar je nog extra op moet letten en extra aan moet werken. Dit zorgt voor een optimale voorbereiding.

Tijdens je TTT kun je vrijstelling verdienen voor de bijzondere verrichtingen op je praktijkexamen. Dit heeft als voordeel dat je tijdens je eerste examen geen bijzondere verrichtingen meer hoeft te doen.